Back to Top

Deel 2: Over een klooster als commerciële instelling.

 

De volgende 2 stukken (Don’t be afraid of the dark en De putsch) hadden een meer luguber en tragiekomisch karakter. Zich afspelend in een naargeestige en sombere omgeving (een donkere kamer en een naargeestige kelder) werd er van de spelers een hele andere kant van hun talenten gevraagd. We moesten ook maar afwachten of het door het publiek goed ontvangen zou worden, want het waren immers stukken met nu en dan een nogal cynische ondertoon. Toch bleek de zwarte humor wel aan te slaan, wat een pak van het hart was. Persoonlijk miste ik wel de lachsalvo’s uit de zaal, want dat geeft toch wel een extra kick voor iedereen.

 

Het vierde stuk raakte daarentegen weer de dolkomische noot aan. “Zusters in zaken” speelt zich af in een nonnenklooster, dat in financieël verval verkeert en dreigt gesloten te worden door  aartsbisschop Kibbelingh (Wim Clarijs). De bewoners, bestaande uit 4 nonnen en een oude pastoor als biechtvader, zullen daardoor genoodzaakt zijn om hun heil ergens anders te moeten gaan zoeken. Een schrikbeeld voor Moeder Overste (Clara Scheele); oud, wijs en zorgelijk, maar dol op de Sound of Music en van pastoor Breukelmans (Mark de Feijter), de stotterende en miswijn drinkende biechtvader, die zijn genoeglijke baantje al in rook op ziet gaan. Om aan voldoende middelen te komen bedenkt zuster Francisca (Mieke Murre) een marktstrategie, maar daar zien de zusters niet echt brood in. Samen met de zusters Agaath (Jaqueline Murre) en Bernadine (Karin Scheele) zien ze meer heil in het plan van de plots opduikende projectontwikkelaar Jongeneel (Maarten Dieleman), die van het klooster een vakantieverblijf wil maken, iets waar pastoor Breukelmans zo zijn bedenkingen bij heeft, want die is als de dood dat de aartsbisschop hier achter komt (Hij ziet zich al verbannen worden naar Afrika). Uiteindelijk gaat hij overstag door de overredingskracht van Jongeneel, al heeft hij daar de nodige flesjes miswijn voor nodig. De nieuwe voorraad moet immers geproefd worden. Om het plaatje compleet te maken, duikt er een zekere Rianne (Trees Verschraegen) op, die op de vlucht is voor enkele zware jongens en wel van een hasj-sigaretje houdt. Zij zorgt op het einde voor een verrassende ontknoping, daar zij de dochter van de stoute aartsbisschop blijkt te zijn en deze daarmee onder druk zet, om de zusters en pastoor met rust te laten.

 

“Zusters in zaken” bevatte een aantal hilarische en memorabele scenes, die niet alleen het publiek, maar ook de spelers behoorlijk op de lachspieren werkte. Hierbij een korte bloemlezing, want er zijn er te veel om op te noemen.                                                                                            

Wat te denken van de oude mopperende zuster Agaath, die strompelend achter de rollator, een grondige afkeer heeft van de conservatieve aartsbisschop en hem dat ook duidelijk laat merken. Ze oppert bv. om voor hem een steniging, een vierendelinkje of een brandstapeltje van ongelovigen te organiseren en vraagt hem of hij ook een geestelijk leven heeft.                                                                                                

Geweldig is de scene waarin de vier zusters een dans opvoeren op het nummer “Sisters are doing it for themselves”, waarbij de rollator van zuster Agaath niet ontbreekt.                                                                                            

Of de met de pollepel zwaaiende Dolle Mina, zuster Bernadine, die een actiegroep wil oprichten om daarmee de straat op te gaan en een vrouwelijke paus wel een goed idee vindt.                                                   

Pastoor Breukelmans, die op handen en voeten kruipend via de tuindeuren binnenkomt, nadat hij de nieuwe lading miswijn heeft getest en Jongeneel aantreft. Hangend aan de projectontwikkelaar alsof het een kapstok is, legt hij vervolgens langdurig en haarfijn uit hoe dat proeven  van miswijn er nou aan toe gaat (“Eerste flesje, prima kwaliteit. Tweede flesje, bocht, driewerf bocht, hoofdpijnwijn. Derde flesje, prima kwaliteit. Vierde flesje, kurkentrekker kwijt”).                                                        

In een latere scene tijdens een van de opvoeringen, had de pastoor het bijna echt zitten, want een of andere plezante had een echte fles wijn neergezet, die op het podium door ondergetekende moest worden leeggedronken!! Maar dat terzijde.                                                                                 

Dit was trouwens ook nog een tijd, dat er op het podium nog gerookt mocht worden (waar is de tijd gebleven).                                                                                

De pastoor, die nog met een flinke kater zit,  paffend aan een flinke joint met Rianne en zuster Bernadine  bv.  Samen op een bankje zittend achter de tafel  en luisterend naar de uiteenzetting van Jongeneel om het het klooster commercieël te maken en waarbij Breukelmans denkt, dat er een kwis gaande is. Bij elke vraag, die de projectontwikkelaar stelt, geven de dames antwoord en springen op van het bankje, waarbij de pastoor telkens omkiepert en op de grond ligt te rollen. De roep van zuster Agaath, dat de koffie klaar is, wordt door de stoned geworden biechtvader meteen beantwoord met het gevleugelde antwoord: “Laat maar, we gaan wel aan de wijn”!                                                                                        

Een onverwacht bezoek van Kibbelingh, aankomend in zijn Ferrari (Nou ja, achtergrondgeluid dan), zorgt bij Breukelmans voor een enorme paniek, want de refter is op dat moment al omgetoverd tot een soort kantoor en de gasten hebben al hun intrek genomen. Hij schiet volledig in de stress, strijdt met Moeder Overste om een groot computerscherm, dat hij wil opruimen en roept via de microfoon de gasten op om te vertrekken, want de pest is uitgebroken. Moeder Overste weet de paniekzaaierij op kalme wijze de kop in te drukken, de pastoor ontredderd achterlatend om zijn verdoemenis te ondergaan. Drank is zijn enige troost!                                                                                                                                       

De Maria verschijning van Rianne voor de aartsbisschop op het eind vormde de climax van deze voorstelling. In een enorme wolk van rook , waardoor we elkaar nog amper zagen, doemde het beeld van Maria plotseling op en kwam ten val voor de voeten van de verbouwereerde Kibbelingh. Een mooi staaltje van techniek en fake!        

Na de eerste twee jaar in de Halle te hebben gespeeld, waren we ondertussen ook al begonnen om op “tournee” te gaan. Het was wel telkens een behoorlijke verhuizing met al die rekwesieten en decorstukken.  Zusters in zaken speelden we in Overslag en twee keer in Kloosterzande (op dezelfde dag!). Decorbouwer Gerard Leclou kreeg daar te maken met een behoorlijk zanikende eigenaar en had meteen gegeten en gedronken van Hotel van Leuven. En met hem nog meerdere trouwens! Het buurthuis in Overslag, Snoopy geheten, was door zijn piepkleine podium (de kleedruimte was 3x groter!) elke keer weer een uitdaging, daar het decor een aantal aanpassingen vereiste en sommige spelers wel eens in de zaal belandden, om maar te zwijgen van een omvallende belichtingslamp. Als pastoor kreeg ik trouwens nog een “schrobbering” van de echte pastoor met de woorden: “Gij zijt n’un stouten pastoor”. De beste man had zich echter kostelijk geamuseerd!

 

Mark de Feijter  

 

Wordt vervolgd….